10 misverstanden over atopie

Atopische dermatitis is een gecompliceerde aandoening. Geen wonder dus dat er veel misverstanden over zijn. Hier de 10 misvattingen die we op de allergiepoli het vaakste horen.

 

1. Als een hond voedselallergie heeft, heeft hij geen atopie.

Vroeger leek het simpel: een hond heeft óf voedselallergie, óf atopie. Maar uit onderzoek blijkt steeds duidelijker dat het waarschijnlijk één aandoening is, waarbij zowel voedselallergenen als omgevingsallergenen een rol kunnen spelen bij het uitlokken van de klachten. Daarom is het zo verschrikkelijk belangrijk om goed uit te zoeken welke bijdrage voedselallergenen leveren, bij iedere hond die verdacht is van atopie.

 

2. Een bloedonderzoek of huidtest bewijst dat een hond atopisch is.

Veel mensen denken dat een test nodig is om te bewijzen dat een hond atopisch is en omgekeerd: dat een positieve test bewijst levert dat de omgevingsallergenen de klachten veroorzaken. Toch is dat niet waar. Een hond is atopisch als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, daar zijn geen testen voor nodig. Een test vertelt niet meer en niet minder dan dat het lichaam in contact is geweest met bepaalde stoffen en dat het immuunsysteem er op heeft gereageerd. Dat leidt niet bij iedereen tot huidklachten: ook gezonde honden kunnen soms dit soort reacties hebben. Zo’n test heeft daarom alleen zin bij die honden aan de bovengenoemde voorwaarden voldoen: alleen bij hen kun je er van uit gaan dat de omgevingsallergenen waarschijnlijk echt de huidklachten uitlokken.

 

3. Als een hond een positieve uitslag heeft bij een huidtest of bloedonderzoek, moet hij de rest van zijn leven prednison gebruiken.

Het mooie van allergietesten is dat je precies weet waarvoor een hond allergisch is. Dat geeft de mogelijkheid om hier heel specifiek op in te spelen met behulp van desensibilisatie. Het is een gemiste kans om dan toch alleen maar prednison te geven.

 

4. Met desensibilisatie leg je het immuun systeem stil en het is daarom schadelijk voor de hond.

Desensibilisatie beïnvloedt het immuunsysteem zodanig dat het minder heftig reageert op de omgevingsallergenen waarvoor de hond allergisch is. Maar verder doet het niks. Het heeft dus ook geen invloed op de organen of op de weerstand tegen infecties of andere ziektes. Het is de meest veilige therapie die er bestaat voor atopische honden en het wordt al tientallen jaren wereldwijd op zeer grote schaal toegepast.

 

5. Een bloedonderzoek alleen is voldoende basis voor een succesvolle desensibilisatie.

Desensibilisatie kan het beste gebaseerd worden op de combinatie van een bloedonderzoek en een huidtest. Als de injectievloeistof namelijk alle allergenen bevat waarvoor de hond allergisch is, werkt hij beter dan wanneer er maar een deel van de allergenen in zit. Hoe breder we testen, hoe groter de kans dat we ook alle oorzakelijke allergenen vinden.

 

6. Als een hond allergisch is voor veel allergenen, werkt desensibilisatie niet.

Het is niet duidelijk waar dit verhaal vandaan komt, maar het blijft steeds weer opduiken, helaas soms ook onder dierenartsen. Het is gewoon niet waar.

 

7. Eén vorm van behandeling tegelijkertijd is meestal voldoende om de klachten bij atopie effectief te onderdrukken.

Monotherapie (één medicijn of andere vorm van behandeling, bijvoorbeeld een operatie) werkt heel goed bij ziektes die ook één oorzaak hebben. Maar atopie is een gecompliceerde aandoening waarbij veel factoren een rol spelen, zoals afwijkingen in de huid zelf, diverse allergenen, omgevingsfactoren, etc. Het is dus niet meer dan logisch dat we per hond die factoren moeten identificeren en aanpakken. En dat betekent meestal verschillende behandelingen naast elkaar zoals desensibilisatie, medicijnen, en verschillende huidverzorgingsproducten.

8. Als de desensibilisatie goed werkt, kun je na verloop van tijd stoppen.

Sommige mensen proberen dit, en het loopt eigenlijk nooit goed af: de jeuk komt terug en ze moeten weer opnieuw beginnen waarbij meestal ook de opbouwfase opnieuw doorlopen moet worden. Niet doen dus.

 

9. Oclacitinib (Apoquel®) is dé oplossing voor iedere atopische hond.

Oclacitinib is een jeukremmer. En dat doet hij bij de meeste honden heel goed. Maar atopische honden hebben vaak meer problemen dan alleen jeuk: een verhoogde gevoeligheid voor huidinfecties met bacteriën en gisten bijvoorbeeld. Daar helpt Oclacitinib niet tegen, dus dat moet nog steeds apart behandeld worden. Voor sommige honden betekent dit dat er betere opties zijn, zoals cyclosporine of desensibilisatie. Oclacitinib is een geweldige aanvulling van de behandelingsmogelijkheden voor allergische honden, maar het is niet dé oplossing voor iedere atopische hond.

 

10. Honden met een doorgroeiende vacht zoals de Labradoodle, zijn hypoallergeen, dus als mens kun je er niet allergisch voor zijn.

Dit gaat eigenlijk niet over atopische honden maar over atopische mensen die allergisch zijn voor honden. Maar het is zo’n vaak gehoord misverstand dat het hier toch even genoemd moet worden. Honden zoals de Labradoodle verspreiden weliswaar minder allergeen dan andere honden, maar het is niet zo dat ze helemaal geen allergeen verspreiden. Hoe dit precies zit, is hier te lezen. Gelukkig zijn er maar weinig mensen allergisch voor honden!

Gerelateerde berichten