Bloedonderzoek naar schildklierfunctie: T3, T4, TSH

Diagnose hypothyreoïdie bij hond

Ook bij veel andere ziektes zijn er minder schildklierhormonen in het bloed te vinden. Het vinden van een (extreem) laag T4 (schildklierhormoon) bij bloedonderzoek is dus geen bewijs voor een schildklierprobleem. We meten ook het TSH (schildklier stimulerend hormoon). Deze waarde is verhoogd bij een te traag werkende schildklier.
 
Om de diagnose te stellen moeten alle 4 onderstaande beweringen kloppen:

  • Uw hond heeft een of meerdere klachten uit bovenstaande opsomming.
  • Uw hond heeft geen andere ziekteverschijnselen (bijvoorbeeld veel drinken en plassen).
  • De T4 (schildklierhormoon) is sterk verlaagd (minder dan 10).
  • De TSH is gestegen (meer dan 0,6).

Als alle 4 beweringen juist zijn, kan gestart worden met een behandeling. De sloomheidsklachten moeten binnen twee weken verdwijnen. De huidklachten hebben langer nodig om volledig te herstellen (maanden). 

Als een van bovenstaande stellingen niet klopt, is verder onderzoek nodig. Het starten van een levenslange behandeling is voorbarig.
 
Een paar cijfertjes:

  • 24% van de schildklierpatiënten heeft een normaal TSH
  • 82% van de honden met alleen een laag T4, heeft geen schildklierprobleem
  • 8% van de honden met alleen een hoog TSH, heeft geen schildklierproblemen
  • 2% van de honden met een laag T4 en een hoog TSH, heeft geen schildklierprobleem

U begrijpt, dat de diagnose zorgvuldig vastgesteld moet worden, daarom zeggen wij:

Wij behandelen geen bloeduitslagen, maar een hele hond. Het plaatje moet helemaal kloppen!
 

Diagnose hyperthyreoïdie bij de kat

De vergrote schildklier is vaak te voelen. In 70% van de gevallen zijn beide schildklieren vergroot. In 30% van de gevallen is de aandoening eenzijdig. Wij bevestigen de diagnose met bloedonderzoek: het gehalte aan schildklierhormoon (thyroxine of T4) blijkt dan verhoogd te zijn.

Gerelateerde artikelen